Spring naar inhoud

Brief aan een onbekende

Beste onbekende,

Al lang loop ik in mijn hoofd te denken om je eens een brief te schrijven. Wanneer ik op de fiets zit, in bed lig, naar een zonsopkomst kijk, woorden in mijn hoofd worden zinnen en die zinnen plaats ik in een brief, en die brief stuur ik dan naar jou. Dat laatste zie ik dan voor me, hoe ik op de envelop ‘onbekende’ zet, en hoe ik naar de brievenbus fiets om hem door een van de twee gleuven te laten glijden.
Ik zie ook voor me hoe jij hem zou lezen, onbekende, zittend op een stoel met zacht licht dat van achter komt. Je zou het papier uit de envelop halen en open vouwen. Geel papier, het zou geel papier zijn dat je open vouwt, want ik schrijf dit voor jou op geel papier.

Je moet weten dat ik, nu ik begonnen ben met schrijven, niet meer weet wat ik wilde vertellen. Dat heb ik eigenlijk altijd. In mijn hoofd heb ik de mooiste zinnen geschreven, maar thuis aangekomen, of soms zelfs maar een minuut, of zelfs maar een paar seconden later, ben ik het kwijt. Dan zijn de woorden er nog wel, maar de volgorde niet meer. Dan heb ik spijt dat ik ooit aan die zin gedacht heb, omdat ik weet wat ik mis. Omdat ik weet wat ik niet heb gemaakt, terwijl ik het wel had kunnen maken. Maar spijt van dat je iets denkt, dat je überhaupt denkt, dat is nutteloos.

Weet je, onbekende, soms als ik schrijf ben ik bang dat mensen de dingen die ik schrijf op de verkeerde manier lezen. Niet de betekenis van de woorden, behalve misschien dat zij lijden en leiden door elkaar halen en denken dat ik dat dan fout doe, maar de manier hoe ik schrijf. Ik, als schrijver van dit alles, weet precies hoe het klinkt wanneer ik het voor zou lezen. Maar jij, onbekende lezer, weet dat niet… Jij weet niet welke woorden ik iets zachter zou uitspreken, of waar ik mijn stem zou verhogen aan het eind van de zin, of hoe ik zou fluisteren dat ik van je hou. Soms denk ik daar ook niet aan, dan schrijf ik gewoon en denk ik alleen maar aan de woorden, maar zo werkt het niet. Ik schreeuw niet, en ik ben ook niet boos, ik ben bijna nooit geïrriteerd, maar soms wel. Deze brief bijvoorbeeld, hoe lees jij dit alles? Kom ik hooghartig over? Arrogant misschien? Ben ik vervelend? Weemoedig?
Weet dat ik dit zou voorlezen alsof je mijn allergrootste vriend bent, want dat ben je ook. Weet dat ik dit zou voorlezen alsof het me spijt, alles wat ik heb geschreven. Alsof ik met elke zin probeer te zeggen dat ik het niet zo bedoeld had, en voortaan alles beter zal zijn. Lees het alsof ik na elke zin mijn ogen even zou neerslaan, mijn wangen een beetje bol maak en de lucht er via mijn mond uit laat lopen, om daarna weer verder te gaan. Maar ook, die voor mij zo bekende beweging waaruit voor mij zoveel ontroering spreekt, de beweging dat mensen hun lippen op elkaar drukken en hun mondhoeken iets naar achter lijken te trekken, alsof ze zeggen: het is nou eenmaal zo, er is niks meer aan te doen… Dan schudden ze vaak even hun hoofd, of beginnen te huilen. Je moet weten dat een meisje dat ooit deed toen ze tegen over me in de bus kwam zitten terwijl alle anderen stoelen vrij waren, en ik haar kort aankeek. Toen deed ze dat, met haar mond, en ik wist niet wat er was. Misschien deed ze het alleen omdat het haar speet dat ze tegen over me kwam zitten, maar daar denk ik liever niet aan. Heel de busreis heb ik haar niet meer aangekeken, bang dat ze minder mooi was als ze niet zo keek. Als ik het zo naar je schrijf schaam ik me daar voor, maar het was echt iets heel moois, dus eigenlijk zou ik me daar niet voor moeten schamen…

Ach, onbekende, ik weet niet of je nog aan het lezen ben, of dat je afgehaakt ben bij de aanhef van deze brief. Je kent me niet en ik ken jou niet, maar weet dat als ik je ooit zou tegenkomen en we toevallig een praatje zouden maken, ik je zou herkennen en jij mij zou herkennen. Dat weten we dan diep van binnen, zonder dat we het echt beseffen. Misschien zou jij wel een mens zijn die mijn beste vriend zou kunnen worden, of vriendin. Dat er iets ‘is’ tussen ons. Gewoon, iets dat zo natuurlijk over komt, en dat we dan altijd zeggen dat het allemaal toevallig is geweest.

We moeten in het ‘nu’ leven, toch onbekende? We moeten ‘zijn’ en we moeten in het ‘nu’ leven. Ik word daar af en toe zo moe van, onbekende, want dan schaam ik me als ik aan later denk. Ja, echt, ik schaam me als ik verder kijk dan volgende week en terug denk aan hoe mooi afgelopen winter was. Want dan denk ik; ik moet blij zijn dat ik nu leef, en ik zou me met niets anders bezig moeten houden dan alles wat ik nu zie en nu hoor en nu ruik en nu denk over alles wat ik nu waarneem. Maar ik snap het niet, want hoe kun je nou vertrouwen hebben in later als je daar niet genoeg aan denkt? Ik moet toch weten waar ik voor moet leven als mijn doel verder ligt dan het moment dat ik weer wakker word? Sommige mensen zijn blij dat ze morgen halen, voor mij is het niet meer dan gewoon. Dat betekent niet dat ik het niet mooi vind, echt niet, maar er is meer dan morgen, dat heeft gister en eer gister me laten zien. En als het er niet blijkt te zijn, dan is dat jammer, maar heb ik toch plezier gehad in het denken aan later? Er staat zoveel over het nu in de tijdschriften, dat ik me afvraag of de schrijvers van al die stukken wel altijd bezig zijn met het nu. Volgens mij waren ze alleen maar bezig met hoe het tijdschrift zou verkopen, later als het in de winkel lag. En de schrijvers van boeken over leven in het nu, die hebben denk ik toch zeker ooit het plan gehad om later een boek te schrijven over leven in het nu?
We moeten niet alleen leven in het nu, onbekende. Jij niet en ik niet en niemand niet. We moeten genieten van alles wat er om ons heen is, en als iets ons aanleiding geeft te verlangen naar een ander moment, omdat we op dit moment dat het nu is niks hebben om blij om te zijn, dan moeten we dat gewoon doen.
We moeten al die 2.0 spiritualisten maar lekker laten schrijven en praten en onzin laten verkopen aan mensen die van die onzin houden, maar wij moeten daar boven staan. Je moet weten dat ik heel gelukkig kan worden als ik aan later denk, en er zijn dagen dat ik alleen maar aan later kan denken. Je moet ook weten dat ik heel gelukkig kan worden als er een herinnering voorbij komt, ook al wordt ik weemoedig en wil ik dat die tijd terug komt, dat weemoedige gevoel is ook een soort geluk.
Ik denk dat ik het allemaal weer uit zijn verband trek. Maar dat verband, dat is ook bedacht door die 2.0 spiritualisten. Ik hou daar niet zo van. Laten we er gewoon een goed evenwicht in vinden, en als we elke avond voor het slapen gaan onszelf afvragen; was ik vandaag gelukkig? dan is alles goed en hoeven we ons nergens zorgen om te maken. Maar dat evenwicht moeten we zelf vinden. Misschien moet ik accepteren dat sommige mensen daar tijdschriften met te korten stukken van te slechte journalisten voor nodig hebben.

Het is vreemd, want misschien schrijf ik dit wel allemaal aan jou terwijl jij niet eens weet waar ik over schrijf. Misschien begrijp je me gewoon niet? Ik bedoel; die beweging van de mond bij dat meisje, het leven in het nu, de manier van lezen, het hele idee achter deze brief. Mocht dat zo zijn, het zij zo, voor de zekerheid zet ik deze brief ook op het internet, zodat alle anderen onbekende dit ook kunnen lezen. En weet je, uiteindelijk zijn we toch allemaal onbekende voor elkaar. We kunnen nog zo goed bevriend zijn, nog zolang met elkaar samenleven, elkaar zoveel verhalen verteld hebben, uiteindelijk als we dood gaan, en we gaan dood, neem dat van me aan, zouden we beseffen dat we altijd onbekende voor elkaar zijn geweest. We kunnen elkaar nou eenmaal niet doorgronden, niet helemaal begrijpen. Een beetje, misschien, maar dat maakt elkaar nog geen bekende.

Dus, onbekende, deze brief is eigenlijk niet alleen voor jou, maar ook voor de rest. Ook voor de mensen die mij kennen. Of mij tenminste denken te kennen. Al is het maar een heel klein beetje.

Het ga je goed,

Een andere onbekende

Ps. Sorry dat deze brief zo lang is geworden, sorry voor het nemen van je tijd, ik hoop dat je het niet erg vind.

  1. Vivianne #

    Mooi geschreven!

    6 juli 2010
  2. Andrea #

    Hihi, die mondbeweging doet me denken aan hoe cheesy ik probeer te smilen als ik in het openbaar vervoer bij iemand in de buurt ga zitten, maar doordat ik diegene niet ken en niet compleet relaxt ben, denk daarna altijd dat mijn smile vast faalde en het er uit zag als een …ja, hoe jij het beschrijft.
    Bekende gedachtegang heb jij. Mooi geschreven ook.

    13 oktober 2010
  3. Ellen #

    Dit is prachtig. Ik lees dit bijna dagelijks, al 3 maand lang.

    27 mei 2012

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

%d bloggers like this: